St. Barbaraschool groep 5/6

We kijken naar de roofvogels.
Ze zitten roerloos op de rots met de rug naar ons toegekeerd.

Ik vertel iets over de roofvogels.
Als ze hun vleugels wijd uitslaan zijn ze groter dan een mens.

Kinderen kijken naar de vogels en vragen zich af hoe ze zo`n beest in hemelsnaam moeten tekenen.
Ik vraag hen wat het eerste is wat hen opvalt aan de vogel.
De vleugels, de veren, de kleuren, de bontkraag, de snavel, de ogen.
Ik vraag hen of ze de roofvogel een lief dier vinden.

Nee, roepen ze verschrikt.

Met markerstift tekenen we eerste de vorm van de vogel.
Dat mag alleen de kop zijn of een gedeelte van de vogel of helemaal.
Daarna laat ik de kinderen de veren tekenen.
De veren bij de kop zijn anders dan die van de vleugels en het lijf.
Tot slot laat ik hen de vogel inkleuren.
Eerst met houtskool dan met verschillende bruintinten.
Wie wil mag fantasiekleuren toevoegen.
Jij bent ten slotte de baas over je eigen tekening.

Aan het einde van de les bekijken we elkaars tekening.
Ik vraag hen goed te kijken wat bijzonder is aan elke tekening.
Dat kan de kop van de vogel zijn, zijn vleugels,
maar ook een bepaalde kleur die je hebt gemengd of iets grappigs wat je aan de tekening hebt toegevoegd.

`Wauw, zo mooi`, roepen de kinderen terwijl ze  naar elkaars tekening kijken, `Van wie is die?`

(tekst Sandra de Weijze)